Praktijk zuster Dees

Routebeschrijving Website

Praktijk zuster Dees “Begeleiden, inspireren en ondersteunen zodat leerlingen en stagiaires met zorg en aandacht het verschil maken voor ouderen.”

“Ze wilde alleen maar even vastgehouden worden”Ze zat in haar stoel.Klein geworden door de jaren.Haar handen lagen stil ...
13/10/2026

“Ze wilde alleen maar even vastgehouden worden”

Ze zat in haar stoel.

Klein geworden door de jaren.
Haar handen lagen stil in haar schoot en haar ogen dwaalden door de kamer.

Ze had dementie.

En soms deed ze dingen die voor anderen ongemakkelijk konden voelen.

Ze pakte een hand vast.
Legde haar hoofd tegen iemand aan.
Sloeg ineens haar armen om iemand heen.

Sommigen wisten niet goed wat ze ermee moesten.

Maar ik zag iets anders.

Ik zag geen vrouw die aandacht vroeg.

Ik zag een vrouw die aanraking miste.

Huidhonger.

Een behoefte die niet verdwijnt wanneer je ouder wordt.
En ook niet wanneer je dementie krijgt.

Op een middag liep ik naar haar toe.

Ze keek me aan en stak haar armen uit.

“Kom maar,” zei ik.

Ik ging naast haar zitten.

Ze kroop voorzichtig tegen me aan en legde haar hoofd op mijn schouder.

Ik sloeg mijn arm om haar heen.

En ineens werd het stil.

Geen onrust.
Geen zoeken.
Geen handen die ergens naar grepen.

Alleen maar een dame die even vastgehouden wilde worden.

Ze zuchtte diep.

Zo’n zucht waarbij je bijna kunt voelen dat iemand eindelijk even niet hoeft te zoeken.

Ik dacht aan hoe weinig aanraking er soms overblijft wanneer iemand ouder wordt.

Een hand die niet meer vanzelf wordt vastgepakt.
Een knuffel die minder vaak komt.
Een arm om je heen die niet meer vanzelfsprekend is.

En juist bij mensen met dementie kunnen we vergeten dat hun gevoel nog precies weet wat hun hoofd soms niet meer kan uitleggen.

Ze wist misschien niet meer wie ik was.

Ze wist misschien niet waarom ze tegen me aan wilde zitten.

Maar haar lichaam wist het wel.

Ze wilde warmte.

Veiligheid.

Nabijheid.

En nee…

ze bedoelde er helemaal niets mee.

Geen bijbedoelingen.
Geen verkeerde intentie.

Ze wilde gewoon voelen dat er iemand was.

Iemand die haar vasthield zonder iets van haar te verwachten.

Dus bleef ik zitten.

Als Zuster Dees.

Niet om haar gedrag af te keuren.

Niet om haar weg te duwen.

Maar om te kijken naar de mens achter het gedrag.

Ik sloeg mijn arm wat steviger om haar heen.

“Kom maar,” fluisterde ik.
“Je mag gewoon even hier zijn.”

En daar zat ze.

Een dame met een hoofd vol gaten van de dementie, maar met een lichaam dat nog precies wist wat het nodig had.

Een beetje warmte.
Een beetje nabijheid.
Een beetje menselijkheid.

Misschien is dat wel één van de mooiste dingen die we iemand in de zorg kunnen geven.

Niet altijd een antwoord.

Niet altijd een oplossing.

Soms alleen maar…

een arm om iemand heen.

Omdat iedereen behoefte heeft aan liefdevolle aanraking.

Zonder oordeel.
Zonder schaamte.
Zonder bijbedoelingen.

Gewoon…

even vastgehouden worden. 🤍

En dat is precies waar Zuster Dees voor staat:

kijken naar de mens achter het gedrag.

🤍

Wat als ik die dag niet had aangebeld?Soms kom je achter een voordeur en weet je binnen vijf minuten:hier gaat het niet ...
06/10/2026

Wat als ik die dag niet had aangebeld?

Soms kom je achter een voordeur en weet je binnen vijf minuten:

hier gaat het niet goed.

Ik kwam voor een kennismakingsgesprek.

Niet omdat er een hulpvraag was.
Niet omdat iemand ons had gebeld.

Gewoon.

Even aanbellen bij mensen in de wijk. Voorstellen wie we waren en vertellen wat we misschien konden betekenen.

Een lieve baas deed open.

“Kom binnen.”

Nou, dat hoef je tegen mij natuurlijk geen twee keer te zeggen. 😉

Binnen zat zijn vrouw.

Meneer begon meteen te vertellen.

“Volgende week zijn we zestig jaar samen.”

Zestig jaar.

Maar toen kwam het volgende.

“Mijn vrouw is ziek. Ze komt niet meer buiten. Ik doe alles.”

En hij schoot vol.

Niet een beetje geëmotioneerd.

Gewoon vol.

En alles in mij dacht:

deze man is op.

Zijn vrouw maakte het boodschappenbriefje. Hij deed de boodschappen.

Soms vergat hij de sleutel.
Soms kwam hij weer terug.

“Welke winkel moest ik ook alweer hebben?”

Hij kookte ook.

Zijn vrouw zat dan op haar rollator in de keuken.

“Nu de aardappels.”

“Dat pannetje.”

“Je moet het vuur nog aanzetten.”

Een soort HelloFresh, maar dan zonder maaltijdbox en met mevrouw als live helpdesk.

En toch werkte het.

Wat zij lichamelijk niet meer kon, deed hij.

Wat hij niet meer wist, wist zij.

Zij was zijn geheugen.
Hij was haar benen.

Samen vormden ze nog één behoorlijk functionerend mens.

Alleen begon dat systeem steeds meer storingen te vertonen.

Mevrouw werd lichamelijk kwetsbaarder.
Bij meneer was dementie vastgesteld.

Er was huishoudelijke hulp, maar dit probleem ging niet opgelost worden met een schoon aanrecht en een gedweilde vloer.

Hier was meer nodig.

Alleen was meneer over één ding glashelder:

“Wij gaan alleen samen hier weg.”

Niet zij ergens.
Niet hij ergens.

Samen. Punt.

En eerlijk?

Ik snapte hem.

Alleen had ik helaas geen compleet woonzorgconcept in mijn achterzak.

In de weken daarna kwam ik meneer regelmatig tegen.

Hij wist niet precies wie ik was.

Mijn naam? Geen idee.
Waarvan hij mij kende? Ook geen idee.

Maar die blik zei iedere keer:

jou ken ik.

Ondertussen kreeg ik contact met hun dochter. Zij woonde verder weg en maakte zich grote zorgen.

Dus deden we wat we konden.

De dochter.
De buren.
De huisarts.
Wij.

Iedereen een stukje.

Tot mevrouw zieker werd en tijdelijk werd opgenomen.

Daar zag meneer dat het ook fijn kon zijn als iemand anders voor zijn vrouw zorgde.

Dat er gekookt werd.
Dat hij niet overal aan hoefde te denken.
Dat hij even niet alles overeind hoefde te houden.

Alleen…

Er was geen plek waar ze samen terechtkonden.

En meneer wilde niet naar een ander huis.

Dus bleef hij thuis.

Alleen.

Iedere dag stapt hij op zijn scootmobiel en rijdt hij naar zijn vrouw.

En iedere keer als ik hem tegenkom, denk ik:

als dit maar goed blijft gaan.

Want we kunnen signaleren.
Ondersteunen.
Indicaties regelen.
Overleggen.
Familie en buren betrekken.

We kunnen ons het hele zuster-Dees-ongeluk werken.

Maar soms krijgen we het gewoon niet rond.

En dan komt die vervelende vraag.

Wat als ik die dag niet had aangebeld?

Was mevrouw dan thuis gebleven?

Was ze misschien uiteindelijk thuis overleden?

Maar wel naast haar man.

Zoals ze het eigenlijk wilden.

Of was meneer ingestort?

Was er iets misgegaan?

Was zij gevallen terwijl hij niet meer wist wat hij moest doen?

Ik weet het niet.

En dat is nou precies het rotte.

Want kijk ik naar mevrouw, dan denk ik:

ze heeft het nu beter.

Ze krijgt de zorg die ze nodig heeft.
Er zijn mensen om haar heen.
Ze is veilig.

Maar kijk ik naar meneer…

Dan zie ik een man met dementie.

Alleen thuis.

In het huis waar hij bijna zestig jaar samen met zijn vrouw woonde.

Dus wat is dan goede zorg?

Veiligheid?

Voorkomen dat een mantelzorger omvalt?

Natuurlijk.

Maar wat als die veiligheid betekent dat twee mensen die bijna zestig jaar alles samen hebben gedaan, ineens apart wonen?

Misschien hadden ze zonder onze bemoeienis nog maanden samen thuis gewoond.

Misschien was het verschrikkelijk misgegaan.

Misschien ook niet.

Dat zullen we nooit weten.

Wat ik wel weet?

Ik heb die dag aangebeld.

En achter die deur zat geen hulpvraag.

Daar zaten twee mensen.

Zij was zijn geheugen.
Hij was haar benen.

Samen redden ze het.

Tot samen niet meer genoeg was.

Mevrouw heeft het nu beter.

Meneer woont alleen.

En ergens daartussen zit de werkelijkheid.

En heel soms denk ik nog steeds:

wat als ik die dag niet had aangebeld?

❤️ Van 16-jarige leerling naar werkbegeleider ❤️Ze was 16.Voor het eerst kwam ze binnen in de zorg.Geen ervaring. Geen i...
29/09/2026

❤️ Van 16-jarige leerling naar werkbegeleider ❤️

Ze was 16.

Voor het eerst kwam ze binnen in de zorg.
Geen ervaring. Geen idee wat haar te wachten stond.

Ze wist nog niet hoe je iemand moest douchen.
Niet hoe je iemand uit bed hielp.
Niet hoe je een steunkous aantrok.
Niet hoe je een wond verzorgde.

Maar eerlijk gezegd moest ze niet alleen het vak nog leren.

Ze moest alles nog leren.

Hoe je een bewoner benadert.
Hoe je jezelf voorstelt.
Hoe je luistert.
Hoe je een gesprek voert met iemand die verdrietig is.

Maar ook hoe je op tijd komt.
Hoe je verantwoordelijkheid neemt.
Hoe je samenwerkt.
Hoe je feedback ontvangt zonder meteen te denken dat je het niet goed doet.

En ja… ook haar attitude moest soms nog een beetje worden bijgeschaafd. 😉

Want werken in de zorg betekent niet alleen weten wat je moet doen.

Het betekent ook weten hoe je het doet.

Je kunt iemand prima wassen, maar als je ondertussen over die bewoner heen praat, ben je het belangrijkste stukje van de zorg vergeten.

Dus daar stond ze.

16 jaar oud.

Met soms grote ogen wanneer er iets gebeurde waarvan ze dacht:

“Help… dit moet ík straks kunnen?” 😂

En natuurlijk ging het niet altijd vanzelf.

Er waren momenten van onzekerheid.
Momenten waarop iets niet lukte.
Momenten waarop ze dacht dat ze het nooit zou leren.

Maar iedere keer stond er iemand naast haar.

Een collega die zei:

“Kom, we doen het samen.”

Een werkbegeleider die zei:

“Probeer het nog eens.”

En soms ook gewoon:

“Meid… zo doen we dat dus écht niet.” 😉

Drie jaar lang leerde ze.

Ze leerde wassen en verzorgen.
Ze leerde observeren en rapporteren.
Ze leerde klinisch denken.
Ze leerde samenwerken.

Maar vooral leerde ze kijken.

Kijken naar de mens achter de zorgvraag.

En toen kwam het moment waarop ze haar opleiding afrondde.

Geslaagd. 🎓❤️

Van dat onzekere meisje van 16 was een jonge zorgprofessional gemaakt.

Maar het mooiste moest nog komen.

Want vandaag staat ze daar opnieuw.

Niet als leerling.

Niet als degene die vraagt:

“Kun je me laten zien hoe dit moet?”

Maar als werkbegeleider.

En nu staat er een nieuwe 16-jarige voor haar.

Met grote ogen.

Zonder ervaring.

Iemand die nog moet leren hoe je iemand doucht.
Hoe je een bewoner benadert.
Hoe je rapporteert.
Hoe je samenwerkt.

En misschien herkent ze zichzelf wel een beetje in die nieuwe leerling.

Want ooit stond zij precies daar.

En nu is zij degene die zegt:

“Kom maar. Ik leer het je.”

En dát is misschien wel één van de mooiste dingen in de zorg.

Dat je niet alleen mensen opleidt tot zorgprofessionals…

maar dat leerlingen uiteindelijk zélf de mensen worden die de volgende generatie opleiden. ❤️

Van 16-jarige leerling…

naar professional…

naar werkbegeleider van de nieuwe lichting.

En ergens weet je dan:

Ze heeft niet alleen haar diploma gehaald.
Ze heeft haar plek gevonden. ❤️

Praktijk Zuster Dees
Omdat achter iedere zorgprofessional ooit een leerling stond.





💍 “Jij hebt mijn trouwring gestolen!”De stagiaire liep nog maar een paar dagen op de afdeling.Alles was nieuw.De bewoner...
22/09/2026

💍 “Jij hebt mijn trouwring gestolen!”

De stagiaire liep nog maar een paar dagen op de afdeling.

Alles was nieuw.

De bewoners. De collega’s. De rapportages. En vooral leren omgaan met een wereld waarin wat jij ziet en wat een bewoner beleeft soms mijlenver uit elkaar kunnen liggen.

Ze deed haar best.

Zoals je dat doet wanneer je ergens net begint. Misschien zelfs een beetje extra.

Tot mevrouw haar ineens aankeek.

“Jij hebt mijn trouwring gestolen.”

De stagiaire dacht eerst nog dat ze haar verkeerd verstaan had.

“Ik?”

“Ja, jij. Mijn trouwring is weg.”

“Ik heb uw ring echt niet, mevrouw.”

Maar mevrouw wist het zeker.

Zij was nieuw.

De andere gezichten kende ze.

Haar niet.

En haar trouwring was weg.

Dus voor mevrouw was één en één gewoon twee.

Die nieuwe had hem.

Er werd gezocht.

Op het nachtkastje.

In de badkamer.

In de kast.

Onder het bed.

Tussen de kleding.

Nog een keer in de badkamer, want met dementie leer je al snel dat een trouwring op de meest wonderlijke plekken vakantie kan vieren.

Niets.

Tot iemand iets zag bij de buurvrouw.

Daar zat ze.

Met een ring om haar vinger.

Dé ring.

Mysterie opgelost.

Nou…

Nee dus.

Want toen voorzichtig naar de ring werd gevraagd, kwam haar hand meteen dichter naar haar lichaam.

“Die is van mij.”

En ze was niet van plan hem af te doen.

Niet nu.

Niet straks.

En al helemaal niet omdat iemand anders beweerde dat hij van háár was.

Daar stonden we dan.

De eigenaresse wilde haar trouwring terug.

De buurvrouw wist honderd procent zeker dat ze haar eigen trouwring droeg.

En de stagiaire was ondertussen nog steeds hoofdverdachte in een misdaad die ze niet had gepleegd.

Je kunt op zo'n moment blijven uitleggen.

Foto’s erbij halen.

Redeneren.

Overtuigen.

Maar hoe harder wij zouden proberen te bewijzen dat die ring niet van haar was, hoe groter de kans dat zij hem juist zou gaan beschermen.

Dus werd besloten iets te doen wat soms ontzettend moeilijk is in de zorg.

Niets.

Tenminste…

Niets met de ring.

Het onderwerp werd losgelaten.

Niet voor vijf minuten.

Ook niet met de bedoeling om het bij de eerstvolgende kop koffie stiekem nog een keer te proberen.

Gewoon loslaten.

De dag ging verder.

Koffie.

Lunch.

Een activiteit.

Andere gezichten.

Andere gesprekken.

De ring bleef waar hij zat.

En mevrouw die hem kwijt was?

Die moest ondertussen natuurlijk wel gerustgesteld worden.

Niet met de belofte dat hij over tien minuten terug zou zijn.

Wel door serieus te nemen dat ze iets kwijt was wat voor haar veel meer betekende dan alleen een sieraad.

Pas veel later ontstond er een nieuwe kans.

Niet rondom de ring.

Maar rondom iets totaal anders.

Er werden handen verzorgd.

Een beetje crème.

Nagels vijlen.

Een kleurtje voor wie dat wilde.

Gewoon een klein verwenmomentje.

En natuurlijk deden de dames die meededen hun sieraden even af.

Niet omdat één bepaalde ring terug moest.

Maar omdat handcrème en ringen nu eenmaal geen geweldige combinatie zijn.

Ook de buurvrouw deed haar ring af.

Gewoon tussen de andere sieraden.

Geen strijd.

Geen discussie.

Geen:

“Die is helemaal niet van u.”

Voor haar was er niets afgepakt.

Haar handen werden verzorgd.

Er werd gekletst.

En ondertussen kon die ene ring eindelijk terug naar de vrouw bij wie hij hoorde.

Later zat hij weer aan haar vinger.

De stagiaire was daarmee officieel van de verdachtenlijst geschrapt. 😉

Maar wat me vooral bijbleef, was de weg ernaartoe.

Want soms denken wij in de zorg dat we een probleem moeten oplossen op het moment dat het ontstaat.

De ring is weg?

Dan moet de ring terug.

Nu.

Maar bij dementie werkt nu niet altijd mee.

Soms maakt iedere nieuwe poging het probleem alleen maar groter.

Dan is goede zorg juist herkennen:

Hier kom ik op dit moment niet verder mee.

Niet doorduwen.

Niet winnen.

Niet iemand overtuigen van onze werkelijkheid.

Maar het onderwerp even laten rusten.

Een uur.

Een middag.

Misschien langer.

Tot er ergens een ander moment ontstaat waarop dat wat onmogelijk leek ineens bijna vanzelf kan gebeuren.

En misschien was dát wel de mooiste praktijkles voor die stagiaire.

Niet alles hoeft direct opgelost te worden.

Soms moet je een probleem eerst even met rust durven laten.

Om later via een totaal andere deur weer binnen te komen.

In dit geval?

Via een potje handcrème. 😉❤️

❤️ Zeven maanden samen“Maar mijn hondje… die mag toch niet bij mij weg?”Dat was eigenlijk het eerste waar mevrouw zich z...
15/09/2026

❤️ Zeven maanden samen

“Maar mijn hondje… die mag toch niet bij mij weg?”

Dat was eigenlijk het eerste waar mevrouw zich zorgen om maakte toen duidelijk werd dat thuis wonen niet meer ging.

Niet over haar nieuwe kamer.
Niet over wie haar zou helpen.
Niet over hoe het allemaal moest.

Haar hondje.

Een oud beestje inmiddels. Niet meer zo snel, niet meer zo soepel en eerlijk gezegd paste hij daardoor misschien wel perfect bij zijn baasje. 😉 Ze deden het allebei wat rustiger aan.

Maar ze waren al jaren samen.

Toen mevrouw lichamelijk steeds verder achteruitging, werd haar wereld kleiner. Zelf boodschappen doen lukte niet meer. Het huishouden werd te zwaar. Even naar buiten gaan was niet meer zo vanzelfsprekend.

Uiteindelijk verhuisde ze naar het verpleeghuis.

En haar hondje?

Die verhuisde gewoon mee. ❤️

Dat klinkt misschien als iets kleins. Maar voor mevrouw was het allesbehalve klein.

Want iedere dag moest meneer natuurlijk naar buiten.

En één van die rondjes?
Die bleef van haar.

Rollator mee. Hondje aan de lijn. En daar gingen ze. Niet bepaald in een tempo waarmee je de Vierdaagse wint, maar dat gaf niks. Stapje voor stapje.

Want dit kon ze nog zélf.

De andere wandelingen werden verdeeld. Haar kinderen hielpen, haar kleinkinderen kwamen langs, vrijwilligers pakten een rondje op en als het echt nodig was, sprong een medewerker even bij.

Zo ontstond er vanzelf een heel team rondom één klein oud hondje.

En stiekem natuurlijk vooral rondom mevrouw.

“Hij moet straks nog even naar buiten hoor.”

Dat zinnetje hoorden we regelmatig.

En misschien had híj dat rondje nodig, maar mevrouw net zo goed.

Ze had iets om voor te zorgen. Iets wat van haar was gebleven. Een reden om op te staan, naar buiten te gaan en bezig te blijven.

En als er verder even helemaal niets hoefde?

Dan lag hij gewoon bij haar.

In haar kamer. Dichtbij.

Precies zoals thuis.

Zeven maanden lang.

Tot haar oude maatje steeds zwakker werd.

Op een dag kwam het moment waarvan iedereen wist dat het ooit zou komen. Hij lag bij mevrouw en zij hield hem dicht tegen zich aan. Ze aaide over dat oude koppie, zoals ze dat waarschijnlijk duizenden keren eerder had gedaan.

En daar, bij haar, overleed hij.

Geen groot afscheid.

Gewoon samen.

Tot het allerlaatste moment. ❤️

Ik denk nog weleens aan die zeven maanden.

Want toen mevrouw naar het verpleeghuis verhuisde, moest ze al zoveel achterlaten. Haar huis. Haar zelfstandigheid. Haar vertrouwde leven.

Maar gelukkig niet alles.

Soms denken we bij goede zorg aan grote dingen. Aan behandelplannen, hulpmiddelen, medicatie en alles wat geregeld moet worden.

Maar soms begint goede zorg met één simpele vraag:

Wat mag deze mevrouw absoluut niet kwijtraken?

In haar geval was het antwoord klein, oud, liep het op vier pootjes en moest het drie keer per dag naar buiten.

En juist dát maakte van haar nieuwe kamer een beetje meer haar thuis.

Zeven maanden samen.

Tot het echt niet meer kon. 🐾💙

❤️ 2000 VOLGERS… EVEN EEN MOMENTJE STIL. ❤️Toen Dees en Lien begonnen met Praktijk Zuster Dees, hadden we nooit kunnen b...
09/09/2026

❤️ 2000 VOLGERS… EVEN EEN MOMENTJE STIL. ❤️

Toen Dees en Lien begonnen met Praktijk Zuster Dees, hadden we nooit kunnen bedenken dat we op een dag met meer dan 2000 mensen onze verhalen zouden mogen delen. 🥹💙

2000 mensen die een kijkje nemen in onze wereld… Een wereld vol mooie momenten, verdriet, humor, dementie, ouderenzorg, tranen, een lach en vooral heel veel liefde voor de mensen voor wie wij mogen zorgen.

Soms schrijven we een verhaal omdat het ons raakt. Soms omdat we iets onder de aandacht willen brengen. En soms gewoon omdat er op de werkvloer weer iets gebeurt waarvan je denkt: “Dit verzin je toch niet!”

Maar achter ieder verhaal zit een stukje van ons hart. Want ouderenzorg is zoveel meer dan wassen, aankleden, medicatie en rapporteren. Het gaat over mens zijn, gezien worden, luisteren, troosten, vasthouden en er écht zijn. 💙

Dat zoveel mensen met ons meelezen, lachen, geraakt worden en soms zelfs anders naar de ouderenzorg gaan kijken… daar zijn we ontzettend dankbaar voor.

Dus aan alle 2000+ volgers:

BEDANKT. ❤️

Voor iedere like. Iedere reactie. Iedere deelactie. Iedere lieve boodschap. En vooral voor het vertrouwen waarmee jullie iedere keer weer onze verhalen binnenlaten.

Wat begon als een idee van Dees en Lien, is inmiddels een plek geworden waar meer dan 2000 mensen samenkomen.

En eerlijk… 2000 mensen die vrijwillig naar onze zusterpraat luisteren… fantastisch!!!!

En dan hebben we natuurlijk ook nog Instagram. Daar tikken we inmiddels bíjna de 100 volgers aan. 😂 We zeggen maar zo: Facebook is de volle huiskamer en op Instagram kunnen we voorlopig nog allemaal lekker zitten. 😜 Dus mocht je ons daar nog niet volgen… schuif gezellig aan! 💙

Op naar de 3000 dan maar… Want ja, als je eenmaal over de 2000 heen bent, wordt bescheiden blijven natuurlijk een stuk moeilijker. 😂

Dank jullie wel dat jullie er zijn. Dank jullie wel dat jullie ons volgen. En dank jullie wel dat jullie samen met ons de ouderenzorg een gezicht, een stem en vooral een hart geven. 💙

Liefs,

Dees & Lien

❤️ Meneer Schipper en zijn eindeloze wandelingIedere afdeling heeft er wel eentje. Zo’n bewoner die eigenlijk nooit écht...
08/09/2026

❤️ Meneer Schipper en zijn eindeloze wandeling

Iedere afdeling heeft er wel eentje. Zo’n bewoner die eigenlijk nooit écht zit. Bij ons was dat meneer Schipper. Meneer Schipper had loopdrang. En niet een klein beetje ook. Zodra hij ’s morgens wakker werd, gingen de schoenen aan en begon zijn dag. De ene keer liep hij naar de voordeur. Dan weer naar de huiskamer. Vervolgens een rondje langs de keuken en hup… weer terug. “Waar gaat u naartoe, meneer Schipper?” “Naar huis.” “Maar meneer, u bent thuis.” Hij keek me aan alsof ík degene was die het niet helemaal begreep. “Dan moet ik nog even kijken of alles goed is.” En daar ging hij weer. 😂 In het begin probeerden we hem regelmatig te laten zitten. “Komt u gezellig even bij ons zitten.” “U heeft al zo veel gelopen.” “Gaat u maar even rustig in de stoel zitten.” Maar hoe harder wij probeerden hem te laten stoppen, hoe onrustiger meneer werd. Tot we onszelf de vraag gingen stellen: Waarom moet meneer Schipper eigenlijk steeds lopen? We gingen beter kijken. En toen zagen we het. Meneer liep niet zomaar. Hij was op zoek. Naar huis. Naar zijn werk. Naar iets wat voor hem ooit heel belangrijk was. Zijn lichaam woonde inmiddels in het verpleeghuis… maar een stukje van zijn hoofd leefde nog in zijn oude leven. Dus veranderden wij onze aanpak. We stopten met zeggen: “U mag niet lopen.” En begonnen te zeggen: “Waar moeten we naartoe, meneer Schipper?” Soms liepen we een stukje met hem mee. Soms gaven we hem een klein taakje. Een tafel helpen dekken. De planten bekijken. De krant brengen. Een kop koffie drinken. En soms? Dan lieten we hem gewoon wandelen. Want waarom zouden we iemand met dementie voortdurend proberen te laten leven volgens óns tempo? Als zijn behoefte was om te bewegen, konden wij misschien beter zorgen dat hij dat zo veilig en prettig mogelijk kon doen. Op een ochtend liep meneer Schipper weer richting de voordeur. Ik liep naast hem. “Waar gaan we vandaag naartoe?” “Naar mijn werk.” “Prima meneer. Dan lopen we samen die kant op.” We liepen een rondje. En nog eentje. Bij de huiskamer aangekomen zei ik: “Volgens mij is het tijd voor koffie op kantoor.” Hij keek naar mij. “Dat is goed.” Hij ging zitten. Ik zette zijn koffie voor hem neer. Hij nam een slok, keek me aan en zei: “Goed geregeld, zuster.” En eerlijk? Daar doe je het voor. ❤️ Want dementiezorg gaat niet altijd over iemand terugbrengen naar ónze werkelijkheid. Soms moeten wij even een stukje meegaan in hún werkelijkheid. Niet ieder gedrag hoeft gestopt te worden. Soms moeten we eerst proberen te begrijpen wat iemand ons probeert te vertellen. Achter loopdrang kan een behoefte zitten. Aan beweging. Aan veiligheid. Aan een vertrouwd ritme. Aan een doel. Of simpelweg aan het gevoel dat je ergens naartoe moet. Dus de volgende keer dat meneer Schipper weer door de gang loopt? Dan weet ik het. Ik hoef hem niet altijd terug te brengen naar zijn stoel. Misschien moet ik gewoon even met hem meelopen. ❤️ Want soms is goede dementiezorg niet zeggen: “Waar gaat u nou weer heen?” Maar: “Zal ik een stukje met u meelopen?” En als ik daarna zelf drie rondjes door de gang heb gelopen? Ach… Dan heeft zuster Dees haar beweging ook weer gehad. 😉 ❤️ Zorg begint soms niet met oplossen, maar met begrijpen 💙

‘Maar het is mijn kindje…’Mevrouw liep al een tijdje met een baby in haar armen.Niet zomaar een pop, vond zij.Het was ha...
01/09/2026

‘Maar het is mijn kindje…’

Mevrouw liep al een tijdje met een baby in haar armen.

Niet zomaar een pop, vond zij.
Het was haar kindje.

Ze wiegde het zachtjes heen en weer, zong af en toe een oud slaapliedje en keek regelmatig bezorgd naar het gezichtje van de baby.

“Hij heeft zeker honger,” zei ze dan.

Of:

“Stil maar hoor, mama is bij je.”

Voor ons was het een herkenbaar beeld bij dementie. Soms komt een oude herinnering ineens weer naar boven en neemt iemand een rol aan die vroeger zo belangrijk was. Het moederschap zat diep in mevrouw verankerd.

Maar haar zoon vond het vreselijk.

“Ze is toch geen moeder meer? Ze is mijn moeder. En dat is gewoon een pop.”

Op een dag liep hij binnen terwijl zijn moeder de baby liefdevol in haar armen hield.

Hij keek ernaar en zuchtte.

“Leg dat ding maar weg, mam.”

Mevrouw keek hem verbaasd aan.

“Maar waarom? Het is mijn kindje.”

“Het is geen kindje. Het is een pop.”

En voordat mevrouw goed begreep wat er gebeurde, pakte hij de pop uit haar armen.

De verandering in haar gezicht was direct zichtbaar.

Haar armen bleven nog even in de lucht hangen.

“Maar… waar gaat mijn kindje heen?”

Ze raakte zichtbaar van slag.

“Mijn kindje… ik moet voor hem zorgen.”

Ze begon te zoeken. De onrust nam toe.

Haar zoon zag het wel, maar bleef bij zijn standpunt.

“Dit is toch niet normaal? Jullie moeten haar niet wijsmaken dat dit haar kind is.”

We probeerden hem uit te leggen dat mevrouw de wereld niet meer beleefde zoals wij die zagen.

Voor haar was de baby op dat moment écht.

Niet omdat ze niet wist wat een pop was, maar omdat haar gevoel belangrijker was geworden dan de werkelijkheid.

“Je kunt haar vertellen dat het een pop is,” legden we uit. “Maar daarmee haal je niet het gevoel weg dat zij moeder moet zijn. Je haalt alleen haar veiligheid weg.”

Dat gesprek was niet meteen klaar.

We spraken meerdere keren met hem.

Over zijn moeder.
Over wie zij vroeger was.
Over hoe belangrijk het moederschap voor haar was geweest.

En vooral over de vraag:

Wat doet het met haar als wij steeds haar werkelijkheid afpakken?

Langzaam begon er iets te veranderen.

Op een middag kwam hij opnieuw binnen.

Zijn moeder zat in de stoel met de baby op schoot.

Hij bleef even staan.

Mevrouw keek naar hem.

“Kom eens kijken,” zei ze trots. “Mijn kindje.”

Hij liep naar haar toe.

Hij keek naar de pop.

Toen naar zijn moeder.

En voor het eerst zei hij niet: ‘Het is maar een pop.’

Hij glimlachte.

“Wat een mooi kindje, mam.”

Mevrouw glimlachte terug.

Ze pakte zijn hand en legde die voorzichtig op het hoofdje van de pop.

“Zie je wel?”

Hij knikte.

“Ja mam. Ik zie het.”

Later vertelde hij ons dat hij het moeilijk vond.

Hij wilde zijn moeder beschermen tegen iets wat volgens hem niet klopte.

Maar hij had begrepen dat het bij dementie soms niet gaat om wat waar is.

Het gaat om wat iemand voelt.

En zolang mevrouw zich veilig voelde, liefde kon geven en gelukkig was met haar baby…

was dat misschien wel het belangrijkste.

De volgende keer dat hij kwam, had hij zelf een klein dekentje meegenomen.

“Voor de baby,” zei hij.

Mevrouw straalde.

“Dank je wel.”

En daar zaten ze samen.

Een moeder met haar baby.

Een zoon naast haar.

En een pop die voor hen allebei inmiddels veel meer was geworden dan zomaar een stukje speelgoed.

Want soms is goede zorg niet iemand terugbrengen naar onze werkelijkheid.

Soms betekent goede zorg dat je even meegaat naar hún werkelijkheid. 💙

Zuster Dees schrijft gewoon doorSinds 8 juli ligt Zuster Dees noodgedwongen plat. Niet omdat ze eindelijk vakantie heeft...
27/08/2026

Zuster Dees schrijft gewoon door

Sinds 8 juli ligt Zuster Dees noodgedwongen plat. Niet omdat ze eindelijk vakantie heeft genomen, maar omdat ze bij een scooterongeluk besloot om meteen drie rugbreuken tegelijk te verzamelen. Want als je iets doet, moet je het natuurlijk goed doen. 😂

De bedoeling was simpel: herstellen, rustig aan doen en vooral niet te veel doen.

Maar ja… toen vergat iedereen één belangrijk detail:

Zuster Dees kan niet níét schrijven.

Dus terwijl de rest denkt dat ze rustig ligt te herstellen, ligt ze daar met haar brace, pijnstilling en telefoon binnen handbereik.

“Je moet echt rust houden.”

“Doe ik.”

Tik tik tik tik tik…

“Wat ben je aan het doen?”

“Een verhaaltje.”

“Over je rug?”

“Nee hoor. Over jullie.” 😇

En gelukkig is daar AB’er Carry. Zij heeft inmiddels een volledig Zuster-Dees-zorgsysteem opgetuigd. Medicatie, eten, drinken, kussens, praktische hulp… en vooral: een constante aanvoer van leuke cadeautjes en prachtige kaarten.

Die kaarten zijn helemaal geweldig, want ze zijn geschreven door collega’s. Stuk voor stuk lieve, grappige en persoonlijke berichten. Daardoor ligt Zuster Dees misschien plat, maar ze voelt zich absoluut niet vergeten. ❤️

Carry zorgt dus niet alleen voor de lichamelijke verzorging, maar inmiddels ook voor de mentale bevoorrading.

En die bevoorrading is uitstekend geregeld.

Want zodra er een cadeautje binnenkomt, is de vraag niet meer:

“Hoe gaat het met je rug?”

Maar:

“Wat heb je nu weer gekregen?” 😂

En zo blijft Zuster Dees gewoon schrijven. Over de zorg, over leerlingen, over het leven en over alles wat ze onderweg tegenkomt.

Geen afdeling, geen rondje door het verpleeghuis, geen leerling naast zich…

Maar een bed in de woonkamer.

Met een brace, een telefoon, een berg kaarten en een steeds groter wordende verzameling cadeautjes.

De rug mag dan driedubbel gebroken zijn, haar schrijfdrang is gelukkig nog volledig intact.

Dus voorlopig blijft Zuster Dees gewoon liggen…

en schrijven.

Met dank aan Carry voor de liefdevolle zorg, de collega’s voor alle prachtige kaarten en iedereen die ervoor zorgt dat deze lange herstelperiode toch een beetje gezellig wordt.

Want een mens kan best platliggen.

Maar een echte Zuster Dees?

Die krijg je nog steeds niet stil. ❤️✍️😂

De dag dat onze grootste criticus met ons meeliepIedere zorgmedewerker kent ze wel. Familieleden die uit liefde overal i...
25/08/2026

De dag dat onze grootste criticus met ons meeliep

Iedere zorgmedewerker kent ze wel. Familieleden die uit liefde overal iets van vinden. Zo hadden wij een dochter die haar vader elke dag trouw bezocht. Een lieve vrouw, maar ook iemand die altijd opmerkingen had. “Waarom is zijn overhemd nat?” “Waarom is hij niet net naar het toilet gebracht?” “Volgens mij letten jullie niet goed op.”

En eerlijk is eerlijk… haar vader maakte het ons ook niet makkelijk. Hij had vergevorderde dementie en plaste werkelijk overal. De wc leek voor hem de minst logische plek. De plantenbak, de prullenbak, de voorraadkast, de hoek van de gang… alles kon ineens doorgaan voor een toilet. We grapten weleens dat hij de afdeling persoonlijk aan het ‘markeren’ was.

Op een dag vroegen we zijn dochter of ze een paar uurtjes met ons wilde meelopen. Niet om haar iets te bewijzen, maar zodat ze kon zien hoe een ochtend op de afdeling eruitzag.

Ze zei meteen ja.

Nog geen tien minuten later stond haar vader op. Vastberaden liep hij richting een grote kamerplant. Zijn dochter schoot overeind. “Pap… nee!” Net op tijd.

Vijf minuten later probeerde hij het opnieuw, dit keer bij een prullenbak. Daarna ontdekte hij de linnenkast. Vervolgens vond hij een hoekje in de gang wel geschikt. Ondertussen gingen de alarmbellen van andere bewoners, moest er medicatie worden uitgedeeld, hielpen we iemand met aankleden en had een andere bewoner pijn. Terwijl wij van de ene bewoner naar de andere liepen, bleef haar vader verrassend creatief in het bedenken van nieuwe toiletten.

Na een paar uur liet zijn dochter zich zuchtend op een stoel zakken. Ze keek naar haar vader, die tevreden een kopje koffie zat te drinken alsof hij de hele ochtend niets bijzonders had gedaan.

Ze keek ons aan en zei: “Ik dacht echt dat jullie overdreven. Maar ik heb nog nooit iemand zó vaak ergens anders zien plassen.”

We moesten allemaal lachen.

Daarna werd ze stil.

“Nu snap ik pas wat jullie de hele dag doen. Ik zag alleen mijn vader. Jullie zien een hele afdeling.”

Vanaf dat moment veranderde er iets. Ze bleef een betrokken dochter, maar haar kritiek maakte plaats voor begrip. Ze stelde vragen in plaats van verwijten en bedankte ons steeds vaker voor de zorg die we haar vader gaven.

Soms hoef je mensen niet uit te leggen hoe hard je werkt. Soms hoef je ze alleen even mee te laten lopen. Want goede zorg zit niet alleen in medicijnen of protocollen. Goede zorg zit in het honderd keer opnieuw vriendelijk begeleiden, het voor de honderdste keer een vloer dweilen zonder te mopperen en steeds weer de mens blijven zien achter de dementie.

En weet je… die vloer was de volgende dag vast weer nat.

Maar het wederzijdse begrip bleef.

Adres

Verzorgende Laan
Schiedam
3114

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Praktijk zuster Dees nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen