30/06/2026
Wat een eer! Dat zou je normaal gesproken denken als jouw sector wordt gezien als DE oplossing voor het grote stikstofdossier. Een dossier wat al de nodige jaren wordt bestudeerd, onderzocht, gerapporteerd, maar wat tegelijkertijd ook nog geen stap verder is gekomen. Althans, niet in de politiek. Op de boerenerven is de laatste jaren ontzettend veel werk verzet en zijn al heel wat reducties gerealiseerd. Je zou bijna willen zeggen dat er heel wat mensen/bedrijven jaloers zouden zijn op het reductie vermogen van de agrarische sector. Echter overal zitten grenzen aan, zo ook bij de boeren en hun families. Waar je normaal gesproken trots zou zijn op het hebben van een sleutelrol in een oplossing, zo cru voelt het sinds afgelopen vrijdag.
26 juni was de dag dat DE stikstofbrief bekend werd gemaakt. De aanloop ernaar toe, het uitlekken van de nodige informatie, bracht toch een buikpijn gevoel met zich mee. Als het bericht dan eindelijk komt, op een vrijdag aan het einde van de middag, weet je al snel dat er weer een soort van bom net voor het weekend door de politiek over de schutting wordt gegooid, op het bordje van de boer. Zo, het hoge woord is er uit: fijn weekend! Helaas leert de ervaring dat de politiek deze tactiek steeds vaker inzet. Dus je weet ook dat je je niet gek moet laten maken, maar jeetje, wat doet dit veel met je als mens. Wat voor impact heeft dit op je eigen bedrijf en wat betekent dit voor collega's die in zwaarder weer zitten dan jijzelf. Allerlei scenario's voor jezelf en voor Nederland gaan door je hoofd spelen. Kunnen boeren boer blijven in Nederland? Willen we wel blijven? Wat voor toekomst staat ons te wachten?
De brief is nog geen wetgeving, is wat ik mezelf voor hou. De komende tijd wordt er vast weer heel wat vergaderd en bediscussieerd. Dan zijn we zo weer een jaar of wat verder, zonder dat we iets zijn opgeschoten. Nee, dat lieg ik, op de boeren erven wordt namelijk knijter hard gewerkt, ja zelfs in de hitte van afgelopen week en in de zomer die voor ons ligt, om betere cijfers te laten zien, diervriendelijker te werken, efficiënter te werken, duurzamer te zijn, zuiniger met grondstoffen om te gaan, creatiever met verdienmodellen, om uiteindelijk de kop boven water te kunnen houden.
Toch voelt het ergens als niet goed genoeg. De eer die je krijgt om de oplossing te bieden is dat er moeten koppen gaan rollen en dat is het gevoel wat overheerst. Bedrijven zullen stoppen om de natuur te laten herstellen. Maar wat als dat niet snel genoeg lukt? De natuur is een verhaal van de lange adem. Hoeveel passie is dan uit de sector verdwenen, terwijl de doelen niet zijn of worden gehaald? Ach, zullen velen denken, dan halen we ons voedsel wel uit het buitenland. Uit landen waar de eisen niet zo streng zijn als hier in Nederland.
Alles is toch te koop, zou je denken. Maar wat als het moment komt, dan het niet meer te koop is?